buizen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
buizen
buisde
gebuisd
zwak -d volledig

Werkwoord

buizen

  1. een buis in de school geven
  2. een buis in de school krijgen
Vaste voorzetsels
  • buizen voor
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

buizen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord buis