buit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- buit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buit | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
buit m
- goederen gewonnen door diefstaf of verovering
- Toen zij de buit wilden verdelen ontstond er al snel een handgemeen.