brul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • brul

Werkwoord

vervoeging van
brullen

brul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brullen
    Ik brul.
  2. gebiedende wijs van brullen
    Brul!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brullen
    Brul je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen