broek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- broek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | broek | broeken |
| verkleinwoord | broekje | broekjes |
Zelfstandig naamwoord
broek v
- een kledingstuk met twee afzonderlijke pijpen voor beide benen
- o: een moerassig gebied, moeras
- (valkerij) de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot
Vertalingen
1. een kledingstuk met twee afzonderlijke pijpen voor beide benen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.