brjóta

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

IJslands

Uitspraak
  • IPA: /ˈprjouːta/
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd Supinum
3e pers enk. 1e pers mv.
brjóta braut brutum brotið
volledig

Werkwoord

brjóta

  1. breken
  2. vouwen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen