britisk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bri·tisk

Bijvoeglijk naamwoord

britisk

  1. (demoniem) Brits
    «En tredjedel av den britiske befolkningen har en digital radio i dag - men få har det i bilen.»
    Eén derde van de Britse bevolking heeft vandaag de dag een digitale radio, maar slechts weinig mensen hebben er één in de auto.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud britisk mer britisk mest britisk
o enkelvoud britisk
meervoud britiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
britiske mer britisk mest britiske
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bri·tisk

Bijvoeglijk naamwoord

britisk

  1. (demoniem) Brits
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud britisk meir britisk mest britisk
o enkelvoud britisk
meervoud britiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
britiske meir britisk mest britiske


Verwante begrippen