briefkaart
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- brief·kaart
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | briefkaart | briefkaarten |
| verkleinwoord | briefkaartje | briefkaartjes |
Zelfstandig naamwoord
- een korte brief in de vorm van een kaart
- Mijn oma zond me vaak zomaar een briefkaart.