brevier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bre·vier
Woordherkomst en -opbouw
Afkomstig van het Latijnse breviarium (kort overzicht)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brevier | brevieren |
| verkleinwoord | breviertje |
Zelfstandig naamwoord
brevier o
- katholiek gebedenboek opgeplitst in vier delen, voor elk jaargetijde één