breuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breuk
enkelvoud meervoud
naamwoord breuk breuken
verkleinwoord breukje breukjes

Zelfstandig naamwoord

breuk v/m

  1. (wiskunde) de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen