brein
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- brein
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brein | breinen |
| verkleinwoord | breintje | breintjes |
Zelfstandig naamwoord
brein o
- (anatomie) het zich in de schedel bevindende orgaan dat het denkvermogen herbergt
- Wat gaat er om in je brein, wanneer je dat meemaakt?
- iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is
- Hij was het brein van die bende misdadigers.
Bretons
Bijvoeglijk naamwoord
brein