bravoure

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·vou·re
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van
enkelvoud meervoud
naamwoord bravoure
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bravoure v/m

  1. durf, dapperheid
    Met meer bravoure dan kunde wist hij iedereen te overtuigen.