brandstichten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- brand·stich·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| brandstichten |
stichtte brand |
brandgesticht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
brandstichten
- moedwillig brand veroorzaken
- Inbrekers stichten vaak brand om sporen uit te wissen.