brander

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bran·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de werkwoordstam van branden met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord brander branders
verkleinwoord brandertje brandertjes

Zelfstandig naamwoord

brander m

  1. een apparaat dat een bepaalde vorm aan een vlam geeft.
    De brander zorgde voor een mooie blauwe vlam.
  2. (elektronica) een (onderdeel van een) apparaat dat digitale informatie op een cd, dvd of blu-ray kan vastleggen.
  3. (militair) een schip gevuld met teer en explosieven dat met opzet aangestoken wordt en dan in de richting van een vijandige vloot gestuurd wordt.

Meer informatie


Deens

Woordafbreking
  • bran·der

Werkwoord

brander

  1. tegenwoordige tijd van brande

Zelfstandig naamwoord

brander, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van brand


Noors

Woordafbreking
  • bran·der
Naar frequentie > 50000

Zelfstandig naamwoord

brander, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van brand

Zelfstandig naamwoord

brander, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van brande