brainstorm
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈbren.stɔrm/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈbren.stɔrm/
Woordafbreking
- brain·storm
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| brainstormen |
brainstorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brainstormen
- Ik brainstorm.
- gebiedende wijs van brainstormen
- Brainstorm!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brainstormen
- Brainstorm je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brainstorm | brainstorms |
| verkleinwoord | brainstormpje | brainstormpjes |
Zelfstandig naamwoord
- het zich groepsgewijs concentreren op een onderwerp en het de vrije loop laten van de gedachten
- De resultaten van de brainstorm waren ontoereikend.