braderie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bra·de·rie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | braderie | braderieën |
| verkleinwoord | braderietje | braderietjes |
Zelfstandig naamwoord
braderie v
- een jaarmarkt, waarin alle deelnemende winkeliers in een stalletje buiten op straat iets speciaals verkopen
- We zijn gisteren naar de braderie geweest.