braam
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- braam
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | braam | bramen |
| verkleinwoord | braampje | braampjes |
Zelfstandig naamwoord
braam m
- (plantkunde) Rubus, braamstruik
- (fruit) Rubus, vrucht van de braamstruik
- beschadiging op een (metaal)oppervlak
Synoniemen
- [2]: braambes
Afgeleide begrippen
- [3]:ontbramen
Vertalingen
1. struik & 2. vrucht
3. beschadiging op een (metaal)oppervlak
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.