bouwsteen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·steen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bouwsteen bouwstenen
verkleinwoord bouwsteentje bouwsteentjes

Zelfstandig naamwoord

bouwsteen m

  1. steen om mee te bouwen
  2. blok uit een bouwdoos.
  3. elk onmisbaar onderdeel in figuurlijke zin gebruikt
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen