bouwen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • bou·wen

Overgankelijk werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bouwen
bouwde
gebouwd
volledig

bouwen ;

Synoniemen

Antoniemen

Vertalingen

Verwante begrippen

Onovergankelijk werkwoord

bouwen ;

  • (+ op) zich verlaten op
    iemand waarop je kunt bouwen: een betrouwbaar persoon
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen