boord
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- boord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boord | boorden |
| verkleinwoord | boordje | boordjes |
Zelfstandig naamwoord
boord m
- het dek van een schip
- de verbrede bovenrand van een hemd rond de nek
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: aan boord gaan
- [2]: dat boordje moet nog gesteven