boon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- boon
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boon | bonen |
| verkleinwoord | boontje | boontjes |
boon
- een eetbare peulvrucht.
Spreekwoorden
-
- een heilig boontje
- ieder boontje geeft zijn toontje
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.