boodschapper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bood·schap·per
Woordherkomst en -opbouw
- Samenstelling van het werkwoord boodschappen met het achtervoegsel -er.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boodschapper | boodschappers |
| verkleinwoord | boodschappertje | boodschappertjes |
Zelfstandig naamwoord
boodschapper m
- (beroep) (verouderd) iets dat, of iemand die berichten overbrengt naar personen die door de afzender niet rechtstreeks aangesproken kunnen worden, of bereikbaar zijn, door afstand, tijdverschil of slechte onderlinge verhoudingen, tegenwoordig zou men zeggen: koerier
- Wie werd als boodschapper naar het vijandelijke kamp gezonden?
- (religie) islamitische profeet
Synoniemen
Verwante begrippen
- [1] antwoordapparaat, ambassadeur, bemiddelaar, bericht, berichtendienst, bode, boodschap, briefverkeer, diplomaat, gezant, heraut, intermediair, ijlbode, koerier mededeling, omroeper, ordonnans, postloper, relaisstation, seininstallatie, signaalinstallatie, telecommunicatie, verbindingsdienst
Opmerkingen
- vrouwelijke vorm: boodschapster
Vertalingen
1. berichtenoverbrenger
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.