bondgenootschap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bond·ge·noot·schap
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van bondgenoot met het achtervoegsel -schap.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bondgenootschap | bondgenootschappen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
bondgenootschap o
- een verdrag tussen staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel
Synoniemen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.