bondgenoot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord bondgenoot bondgenoten
verkleinwoord bondgenootje bondgenootjes
Woordafbreking
  • bond·ge·noot

Zelfstandig naamwoord

bondgenoot

  1. (militair) een andere macht waarmee een afspraak gemaakt is aan dezelfde zijde te zullen strijden
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen