bomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bo·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bomen |
boomde |
geboomd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bomen
- (inergatief) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken
- (overgankelijk) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwen
- Een bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
bomen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord boom