bomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bomen
boomde
geboomd
zwak -d volledig

Werkwoord

bomen

  1. (inergatief) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken
  2. (overgankelijk) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwen
    Een bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bomen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boom
Hyponiemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen