bolwerk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bol·werk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bolwerk | bolwerken |
| verkleinwoord | bolwerkje | bolwerkjes |
Zelfstandig naamwoord
bolwerk o
- uitstekend, vijfhoekig gedeelte van een bastion of vesting
- versterking, hetgeen ter versteviging dient
- (figuurlijk), (pejoratief) plaats waar een organisatie of groep sterk staat
- Dat is een bolwerk van fascisten.
- → verwijst naar een plaats waar fascisten verzamelen of waar zij talrijk zijn
- Dat is een bolwerk van fascisten.