bolletje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bol·le·tje
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | bolletje | bolletjes |
Zelfstandig naamwoord
bolletje o
- een zacht broodje in de vorm van een bol
- Mijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten.
Synoniemen
Zelfstandig naamwoord
bolletje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bol