bolletje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bol·le·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord bolletje bolletjes

Zelfstandig naamwoord

bolletje o

  1. een zacht broodje in de vorm van een bol
    Mijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten.
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

bolletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bol