boezem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- boe·zem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boezem | boezems |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
boezem m
- (anatomie) bovendeel van het voorlijf
- (waterstaat) waterloop die als verzamelbekken van het te spuien water van een polder dient
- (anatomie) de twee bovenste afdelingen van het hart
Synoniemen
- [1] borst
- [3] atrium, hartboezem, voorkamer, auriculum, hartoortje
Afgeleide begrippen
- [1,3] linkerboezem, rechterboezem
- [2] boezemkade, boezemwater
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.