boerin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- boe·rin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boerin | boerinnen |
| verkleinwoord | boerinnetje | boerinnetjes |
Zelfstandig naamwoord
boerin v
- echtgenote van een boer
- vrouwelijke landbouwer of veeteler
- (scheldwoord) lompe, ongemanierde vrouw
Afgeleide begrippen
Vertalingen
2. vrouwelijke landbouwer of veeteler
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.