boekhouder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- boek·hou·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boekhouder | boekhouders |
| verkleinwoord | boekhoudertje | boekhoudertjes |
Zelfstandig naamwoord
boekhouder m
- (beroep) iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt
Vertalingen
1. iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt