boekbinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boek·bin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boekbinden
-
-
onvolledig

Werkwoord

boekbinden

  1. (beroep) het samenbinden van losse bladen voor het vervaardigen van een boek
    Het vereiste enige tijd voor je geleerd had goed te kunnen boekbinden.