bluffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bluf·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bluffen
blufte
gebluft
zwak -t volledig

Werkwoord

bluffen

  1. (inergatief) een onjuiste indruk proberen te wekken
    Hij blufte over het aanwezige geldbedrag.
  2. (inergatief) opscheppen.
    De zanger ging uit de kleren tijdens een interview nadat hij blufte dat hij graag naakt zong.
  3. (inergatief) (bij uitbreiding) een voor de tegenstander misleidende tactiek toepassen, bijvoorbeeld bij kaartspelen.
    Bluffen is de meest sexy betting actie van het pokeren.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen