blozen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blo·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blozen |
bloosde |
gebloosd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
blozen
- (inergatief) rood worden in het gezicht, bijvoorbeeld van verlegenheid of schaamte
- Toen zij haar naam hoorde en duidelijk werd dat ze ten voorbeeld gehouden werd, bloosde zij.
Vertalingen
rood worden in het gezicht, bijvoorbeeld van verlegenheid of schaamte
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.