blokkeerde
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- blok·keer·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| blokkeren |
blokkeerde
- enkelvoud verleden tijd van blokkeren
- Ik blokkeerde.
- Jij blokkeerde.
- Hij, zij, het blokkeerde.
- Ik blokkeerde.