blijkbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blijk·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen blijkbaar
verbogen blijkbare

Bijvoeglijk naamwoord

blijkbaar

  1. duidelijk
    Dat was toch wel een blijkbare vergissing.
Vertalingen

Bijwoord

blijkbaar

  1. kennelijk
    Zij heeft blijkbaar te veel gedronken.