blauwogig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blauw·ogig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | blauwogig |
| verbogen | blauwogige |
Bijvoeglijk naamwoord
blauwogig
- met blauwe ogen
- Een blauwogige, platinablonde schoonheid won de missverkiezing.