blauwogig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·ogig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen blauwogig
verbogen blauwogige

Bijvoeglijk naamwoord

blauwogig

  1. met blauwe ogen
    Een blauwogige, platinablonde schoonheid won de missverkiezing.
Vertalingen