blancheren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blan·che·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse blanchir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blancheren |
blancheerde |
geblancheerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
blancheren
- (overgankelijk) (kookkunst) het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven
- Blancheren gebeurt altijd zonder deksel.
Vertalingen
1. het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven