blaffen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blaf·fen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blaffen |
blafte |
geblaft |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
blaffen
- (inergatief) (dierengeluid) het geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
- Die hond blaft al de hele dag.