blaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blaar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blaar | blaren |
| verkleinwoord | blaartje | blaartjes |
Zelfstandig naamwoord
blaar v
- onderhuidse vochtophoping
Vertalingen
1. onderhuidse vochtiohoping
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| blaren |
blaar
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaren
- Ik blaar.
- gebiedende wijs van blaren
- Blaar!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaren
- Blaar je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /blɑːr/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blaar | blare |
Zelfstandig naamwoord
blaar
- blad (van een plant).