blåsa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • blå·sa

Zelfstandig naamwoord

blåsa g

  1. blaar
  2. blaas
Verbuiging
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blåsa
blåste
blåst
volledig

Werkwoord

blåsa

  1. waaien
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen