bitter

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bit·ter
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bitter bitterder bitterst
verbogen bittere bitterdere bitterste

Bijvoeglijk naamwoord

bitter

  1. ter omschrijving van een vaak als onaangenaam ervaren smaak.
    Dat was een vieze, bittere drank.
  2. zwaar te verduren.
    In dat land is er nog steeds bittere armoede.
  3. teleurstelling blijkgevend.
    Hij sprak mij aan met een bittere toon.
Vertalingen


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈbɪtɐ/
Woordafbreking
  • bit·ter
stellend vergrotend overtreffend
bitter
bitterer
am bittersten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

bitter

  1. bitter


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
bitter more bitter most bitter

Bijvoeglijk naamwoord

bitter

  1. bitter
Persoonlijke instellingen