bisschoppelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bis·schop·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bisschoppelijk
verbogen bisschoppelijke

Bijvoeglijk naamwoord

bisschoppelijk

  1. op het ambt van bisschop betrekking hebbend
Vertalingen