biologisch
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: biologisch (hulp, bestand)
- IPA: /ˌbijo'loːɣis/
Woordafbreking
- bio·lo·gisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | biologisch | biologischer | meest biologisch |
| verbogen | biologische | biologischere | meest biologische |
Woordherkomst en -opbouw
Bijvoeglijk naamwoord
biologisch
- te maken hebbend met de biologie
- Een biologisch proces.
- van gelijke afstamming
- De biologische ouders.
- afkomstig van dier- en plantvriendelijke landbouw en veeteelt
- Een biologische maaltijd.
Antoniemen
- [2] pleegouders
- [3] van de bio-industrie
Vertalingen
1. te maken hebbend met de biologie
2. van gelijke afstamming