binnenste
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bin·nen·ste
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | binnenste | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
binnenste o
- inwendige
- Het binnenste van de bonbon was gevuld met drank.
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
binnenste
- verbogen vorm van de stellende trap van binnenst