binnenkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·ko·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenkomen
kwam binnen
binnengekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

binnenkomen

  1. (ergatief) een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)
    Wij kwamen een grote kamer binnen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen