binnenkant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: binnenkant (hulp, bestand)
Woordafbreking
- bin·nen·kant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | binnenkant | binnenkanten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
binnenkant m
- de zijde die in een bepaalde afgeschermde ruimte gelegen is
- De binnenkant van dit vat is beschermd tegen corrosie met een speciale verflaag.