binnenhalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bin·nen·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| binnenhalen |
haalde binnen |
binnengehaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
binnenhalen
- (overgankelijk) vis of netten binnenboord brengen
- De netten waren nog niet helemaal binnengehaald.
- (overgankelijk) iets binnen het huis brengen
- Ik heb de was binnengehaald omdat het dreigt te gaan regenen.
- (overgankelijk) Geld inzamelen of verdienen
- We hebben die middag veel binnengehaald