bil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De billen van een vrouw.
De billen van een man.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil
enkelvoud meervoud
naamwoord bil billen
verkleinwoord billetje billetjes

Zelfstandig naamwoord

bil v/m

  1. (anatomie) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
    Ze ging met haar billen in het mos zitten.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Wie zijn billen (ver)brandt, moet op de blaren zitten.
*Wie fouten maakt, moet met de gevolgen leven.
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand voor de billen geven
lijfstraf op de billen toedienen
  • in zijn blote billen
naakt, bloot
  • met de billen bloot gaan
zijn fouten publiek maken
  • van bil gaan
geslachtsgemeenschap hebben
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
billen

bil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billen
    Ik bil.
  2. gebiedende wijs van billen
    Bil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billen
    Bil je?

Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 333
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bil     bilen     biler     bilerne  
genitief   bils     bilens     bilers     bilernes  

Zelfstandig naamwoord

bil, g

  1. (techniek), (verkeer), (afkorting) auto, automobiel


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 485
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bil     bilen     biler     bilene  
genitief   bils     bilens     bilers     bilenes  

Zelfstandig naamwoord

bil, m

  1. (techniek), (verkeer), (afkorting) auto, automobiel
    «Hver dag kjører flere tusen biler på norske veier uten ansvarsforsikring.»
    Elke dag rijden duizenden auto's op de Noorse wegen zonder verzekering.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bil     bilen     bilar     bilane  

Zelfstandig naamwoord

bil, m

  1. (techniek), (verkeer), (afkorting) auto, automobiel
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Zweeds

Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bil     bilen     bilar     bilarna  
genitief   bils     bilens     bilars     bilarnas  

Zelfstandig naamwoord

bil, g

  1. (techniek), (verkeer), (afkorting) auto
    «Vi har köpt en ny röd bil
    We hebben een nieuwe rode auto gekocht.