bil
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bil
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bil | billen |
| verkleinwoord | billetje | billetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (anatomie) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
- Ze ging met haar billen in het mos zitten.
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Iemand voor de billen geven.
- Lijfstraf op de billen toedienen.
In zijn blote billen.
- Naakt, bloot.
Met de billen bloot gaan.
- Zijn fouten publiek maken.
Van bil gaan.
- Geslachtsgemeenschap hebben.
Wie zijn billen (ver)brandt, moet op de blaren zitten.
- Wie fouten maakt, moet met de gevolgen leven.
Vertalingen
1. elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| billen |
bil
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billen
- Ik bil.
- gebiedende wijs van billen
- Bil!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billen
- Bil je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Zelfstandig naamwoord
bil g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bil | bilen | biler | bilerne |
| genitief | bils | bilens | bilers | bilernes |
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- bil
Woordherkomst en -opbouw
- Afkorting van automobil.
Zelfstandig naamwoord
bil m
- (verkeer), (afkorting) auto, automobiel
- «Hver dag kjører flere tusen biler på norske veier uten ansvarsforsikring.»
- Elke dag rijden duizenden auto's op de Noorse wegen zonder verzekering.
- «Hver dag kjører flere tusen biler på norske veier uten ansvarsforsikring.»
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bil | bilen | biler | bilene |
| genitief | bils | bilens | bilers | bilenes |
Afgeleide begrippen
bil
Hyperoniemen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- bil
Woordherkomst en -opbouw
- Afkorting van automobil.
Zelfstandig naamwoord
bil m
- (verkeer), (afkorting) auto, automobiel
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bil | bilen | bilar | bilane |
| genitief | ||||
Afgeleide begrippen
bil
Hyperoniemen
Zweeds
Woordherkomst en -opbouw
- Verkorting van automobil.
Zelfstandig naamwoord
bil g
- auto
- «Vi har köpt en ny röd bil.»
- We hebben een nieuwe rode auto gekocht.
- «Vi har köpt en ny röd bil.»
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bil | bilen | bilar | bilarna |
| genitief | bils | bilens | bilars | bilarnas |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Verkeer in het Noors
- Afkorting in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Verkeer in het Nynorsk
- Afkorting in het Nynorsk
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds