bijwerk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • bij·werk

Werkwoord

vervoeging van
bijwerken

bijwerk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bijwerken
    ... dat ik bijwerk.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen