bijt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bijt
enkelvoud meervoud
naamwoord bijt bijten
verkleinwoord bijtje bijtjes

Zelfstandig naamwoord

bijt v/m

  1. gat dat geslagen werd door een mens in het ijs van een bevroren wateroppervlak
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
bijten

bijt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bijten
  2. gebiedende wijs van bijten