bijlichten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bij·lich·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bijlichten |
lichtte bij |
bijgelicht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bijlichten
- (overgankelijk) licht laten schijnen op de handen van iemand die ergens mee bezig is
- Zou je me even kunnen bijlichten?